Goedbedoelde adviezen: waarom ze soms juist averechts werken

“Ik probeer haar alleen maar te helpen…”

Die zin hoor ik regelmatig van ouders in mijn praktijk.

Logisch ook. Als je ziet dat jouw dochter verdrietig, onzeker of boos is, wil je haar beschermen. Je wilt oplossingen aandragen, tips geven en ervoor zorgen dat ze zich snel weer beter voelt.

Maar wist je dat juist die goedbedoelde adviezen er soms voor zorgen dat een kind zich nog onzekerder gaat voelen?

Waarom adviezen niet altijd helpen

Een meisje van 12 vertelde mij tijdens een coachsessie:

“Als ik iets vertel aan mijn ouders, komen ze meteen met oplossingen. Dan heb ik eigenlijk alweer spijt dat ik iets heb verteld.”

Dat raakte me.

Niet omdat haar ouders iets verkeerd deden. Integendeel. Ze deden precies wat bijna iedere liefdevolle ouder doet: helpen.

Alleen… dat was niet wat hun dochter op dat moment nodig had.

Ze zoekt geen oplossing, maar begrip

Wanneer een kind iets vervelends meemaakt, wil het brein vaak eerst één ding: gezien en begrepen worden.

Pas daarna ontstaat er ruimte om na te denken over oplossingen.

Wanneer een ouder direct begint met:

  • “Je moet gewoon…”
  • “Waarom zeg je dan niet…”
  • “Ik zou gewoon…”
  • “Volgende keer moet je…”

kan een kind onbedoeld de boodschap krijgen:

“Blijkbaar pak ik het niet goed aan.”

Voor een onzeker meisje kan dat haar zelfvertrouwen juist verder ondermijnen.

Een voorbeeld uit mijn praktijk

Tijdens een intake vertelden ouders dat hun dochter erg onzeker was.

Vader gaf een voorbeeld. Hij vroeg haar de vaatwasser uit te ruimen. Ze zette de borden bovenin.

Hij zei vriendelijk: “De borden horen eigenlijk onderin.”

Zijn dochter liep boos weg. “Ik doe ook nooit iets goed!”

Tijdens een coachgesprek vertelde hetzelfde meisje iets heel anders. Ze had moeite met een dominante klasgenoot die altijd bepaalde wat er gebeurde.

Ik vroeg:

“Vertel je dat thuis?”

“Ja…”

“Helpt dat?”

Ze schudde haar hoofd. “Dan zeggen mijn ouders dat ik gewoon een grote mond terug moet geven. Maar zo ben ik helemaal niet.”

Op dat moment viel voor haar ouders een belangrijk kwartje. Hun adviezen waren liefdevol bedoeld, maar sloten niet aan bij wie hun dochter was.

Wat werkt vaak beter?

Probeer eerst alleen nieuwsgierig te zijn.

Bijvoorbeeld:

  • “Wat vervelend dat dit gebeurde.”
  • “Hoe voelde dat voor jou?”
  • “Waar baal je het meeste van?”
  • “Wat zou jij zelf graag willen?”

Vaak zie je dan dat een kind zelf begint na te denken.

En juist dat vergroot het zelfvertrouwen.

Want oplossingen die kinderen zelf bedenken, blijven veel beter hangen dan oplossingen die volwassenen aandragen.

Natuurlijk mag je soms advies geven

Dat betekent niet dat je nooit meer advies mag geven.

Vraag eerst toestemming.

Bijvoorbeeld:

“Vind je het fijn als ik met je meedenk?”

Of:

“Wil je dat ik alleen luister, of wil je ook ideeën horen?”

Dat ene zinnetje maakt vaak een wereld van verschil.

Je dochter houdt de regie.

En daardoor staat ze veel meer open voor wat jij te zeggen hebt.

Zelfvertrouwen groeit door zelf te ontdekken

In mijn coachpraktijk zie ik het iedere week gebeuren.

Wanneer een meisje zélf ontdekt wat werkt, groeit haar vertrouwen. Niet omdat iemand haar vertelde wat ze moest doen.

Maar omdat ze ervaart: “Hé… dit kan ik eigenlijk zelf.”

En dát gevoel neemt niemand haar meer af.

Herken je dit?

Vertelt jouw dochter steeds minder over school?

Of merk je dat ze dichtklapt zodra je met oplossingen komt?

Dan is dat niet omdat ze jou afwijst. Vaak heeft ze vooral behoefte aan iemand die eerst even naast haar gaat staan.

Vanuit die verbinding ontstaat ruimte om samen verder te kijken. En precies daar begint groei.

Wist je dat je gratis 50 praatkaartjes kun downloaden om de verbinding met jouw dochter te versterken? Doen! Ze zijn heel helpend om echt contact te hebben met elkaar.