Je kind is moe, overprikkeld en heeft een drukke dag achter de rug. Je denkt: nu moet ze vooral even rustig zitten. Maar zodra ze op de bank zit, begint ze te wiebelen. Ze friemelt aan haar kleding, loopt heen en weer, stuitert op haar stoel of zoekt steeds beweging op.
“Doe nou eens even rustig…”
Herkenbaar?
Misschien heeft jouw kind niet minder prikkels nodig, maar de juiste soort prikkels.
Ontspannen betekent niet voor ieder kind: stilzitten
Als een kind overprikkeld is, denken we vaak dat het tijd is om alle prikkels zoveel mogelijk weg te nemen.
Geen televisie.
Geen muziek.
Even niet praten.
Licht wat zachter.
En vooral: rustig op de bank zitten.
Voor sommige kinderen werkt dat inderdaad heerlijk.
Maar er zijn ook kinderen bij wie juist het tegenovergestelde gebeurt. Zodra de omgeving rustig wordt, lijkt hun lijf alleen maar onrustiger te worden.
Ze gaan wiebelen.
Ze springen op en neer.
Of ze zoeken beweging.
Ze willen ergens tegenaan duwen of trekken.
Ze kruipen dicht tegen je aan.
Of ze blijven maar friemelen.
Dat betekent niet automatisch dat ze nog meer overprikkeld raakt.
Het kan ook zijn dat haar lichaam op zoek is naar prikkels die helpen om weer in balans te komen.
Het lichaam kan soms juist om prikkels vragen
Prikkels zijn niet alleen geluiden, drukte, licht of aanraking.
Ook beweging, spierkracht en lichaamsdruk geven informatie aan ons zenuwstelsel.
Denk bijvoorbeeld aan:
- springen op een trampoline
- fietsen
- buiten rennen
- klimmen en klauteren
- stevig knuffelen
- onder een dekentje kruipen
- tegen een muur duwen
- wiebelen op een stoel
- friemelen met iets in de handen
- dansen op muziek
Voor sommige kinderen kan dit juist helpen om hun lichaam beter te voelen en spanning kwijt te raken.
Een kind dat na een lange schooldag thuiskomt en meteen op de trampoline springt, probeert dus niet per se nog drukker te worden.
Misschien probeert haar lijf juist tot rust te komen.
“Maar ze is toch al overprikkeld?”
Dat is precies waar het soms ingewikkeld wordt.
Overprikkeling betekent niet dat een kind van iedere prikkel te veel krijgt.
Een kind kan bijvoorbeeld helemaal vol zitten van geluiden, gesprekken en sociale situaties op school, terwijl beweging haar juist helpt om spanning te reguleren.
Of ze kan moeite hebben met onverwachte aanrakingen, maar wel behoefte hebben aan een stevige knuffel.
Het gaat daarom niet alleen om de vraag:
“Hoeveel prikkels krijgt mijn kind?”
Maar ook om:
“Welke prikkels krijgt mijn kind en wat doen die prikkels met haar?”
Dat verschil kan ontzettend belangrijk zijn.
De ene prikkel is de andere niet
Stel je voor dat je dochter na school thuiskomt.
Ze heeft de hele dag moeten luisteren, opletten, samenwerken, schakelen tussen activiteiten en omgaan met alle geluiden en bewegingen in de klas.
Je ziet dat ze moe is.
Je zegt:
“Ga maar lekker op de bank zitten.”
Maar binnen vijf minuten zit ze alweer te wiebelen. Ze staat op. Loopt naar de keuken. Pakt een bal. Springt een paar keer. Gaat weer zitten. Staat weer op.
Je eerste gedachte kan zijn:
“Ze is veel te druk. Ze moet juist rustiger worden.”
Maar misschien vraagt haar lichaam om iets anders.
Misschien heeft ze na zo’n intensieve dag behoefte aan beweging en lichamelijke input om de spanning die zich gedurende de dag heeft opgebouwd kwijt te raken.
Misschien werkt tien minuten buitenspelen voor haar beter dan twintig minuten stilzitten.
En misschien komt ze daarna juist veel gemakkelijker tot rust.
In deze blog leg ik in Jip & Janneke taal uit hoe een prikkelfilter werkt, mocht je hier meer over willen weten.
Kijk eens wat er na de prikkel gebeurt
Een handige manier om dit bij je kind te ontdekken, is niet alleen te kijken naar wat ze tijdens een activiteit doet.
Kijk vooral naar wat er daarna gebeurt.
Wordt je dochter na het springen juist rustiger?
Kan ze daarna beter aan tafel zitten?
Lijkt ze na een stukje fietsen meer ontspannen?
Kan ze na even stevig knuffelen makkelijker haar emoties uiten?
Of wordt ze juist nog onrustiger en raakt ze verder uit balans?
Dat geeft waardevolle informatie.
Het doel is namelijk niet om je kind zoveel mogelijk prikkels te geven.
Het doel is om te ontdekken welke prikkels haar helpen om zich prettig en gereguleerd te voelen.
Wat werkt voor het ene kind, werkt niet automatisch voor het andere
Dit is misschien wel het belangrijkste.
Er bestaat geen universeel lijstje met activiteiten dat voor ieder gevoelig kind werkt.
het ene kind wordt heerlijk rustig van een warm bad en een boek.
De andere moet eerst even rennen, fietsen of springen voordat ze überhaupt kan ontspannen.
Een derde wil juist onder een dekentje kruipen met haar favoriete knuffel.
En weer een ander kind heeft na school vooral behoefte aan even helemaal niets.
Het gaat niet om goed of fout.
Het gaat om leren kijken naar jouw kind.
Wat zie je?
Wanneer loopt haar spanning op?
Welke prikkels lijken haar te helpen?
Welke prikkels maken haar juist onrustiger?
En wat heeft ze nodig om daarna weer in balans te komen?
Je hoeft haar niet altijd rustiger te maken
Misschien is dat wel een mooie gedachte om mee te nemen.
Als je kind onrustig is, is onze eerste neiging vaak om die onrust te stoppen.
“Ga zitten.”
“Niet zo wiebelen.”
“Doe eens rustig.”
“Je bent veel te druk.”
Maar soms vertelt die onrust je iets.
Het gedrag van je kind kan een manier zijn waarop haar lichaam probeert te vertellen wat het nodig heeft.
Dat betekent natuurlijk niet dat ieder wiebelend of bewegend kind automatisch extra prikkels nodig heeft. Soms is beweging juist een teken dat de spanning te hoog oploopt.
Daarom is het zo belangrijk om niet alleen naar het gedrag te kijken, maar naar het hele plaatje.
Wat gebeurde ervoor?
Welke prikkels waren er?
Wat doet je kind precies?
En hoe voelt ze zich daarna?
Dat helpt je om haar gedrag beter te begrijpen.
Prikkelverwerking begint bij begrijpen
Een gevoelig kind hoeft niet te leren om minder gevoelig te zijn.
Ze mag juist steeds beter leren begrijpen hoe haar eigen lichaam en hoofd reageren op de wereld om haar heen.
En als ouder kun je haar daarbij helpen.
Niet door iedere prikkel weg te nemen.
Maar door samen te ontdekken:
Wat geeft mij rust?
Wat geeft mij energie?
Waar word ik voller van?
En welke prikkels helpen mij om weer in balans te komen?
Want soms ziet ontspanning er helemaal niet uit als stilzitten.
Soms begint ontspanning met bewegen.
Herken je dit bij jouw dochter?
Wanneer je beter begrijpt hoe jouw dochter prikkels verwerkt, wordt haar gedrag vaak een stuk begrijpelijker.
Met het Sensory Profile kunnen we haar prikkelverwerking uitgebreider in kaart brengen. Zo krijg je meer inzicht in welke prikkels zij opzoekt, welke prikkels lastig voor haar zijn en wat haar kan helpen om beter in balans te blijven.
Wil je je liever meer inlezen over prikkelverwerking in combinatie met gevoeligheid? Dan raad ik je aan mijn gratis e-book Prikkels & gevoeligheid te downloaden.
Wil je hier meer over weten? Neem gerust contact met me op.
De Meidencoach | voor gevoelige meiden
www.demeidencoach.nl
Luister je liever dan je leest?
Beluister de podcast van De Meidencoach, speciaal voor ouders van gevoelige meiden.
