“We staan op de wachtlijst. Maar mijn dochter loopt nu al vast. Wat kunnen we in de tussentijd doen?”
Het is een vraag die ik weleens krijg van ouders.
Soms merk ik tijdens een coachtraject dat een kind meer nodig heeft dan coaching alleen. Bijvoorbeeld omdat er signalen zijn die kunnen passen bij autisme (ASS), ADHD, angstproblematiek of een andere ontwikkelingsvraag. In zo’n situatie bespreek ik mijn observaties altijd zorgvuldig met ouders. Niet om een diagnose te stellen, want dat is aan gespecialiseerde professionals, maar wel om mee te denken over een passende vervolgstap.
Vaak volgt daarna een verwijzing voor diagnostiek.
En dan begint het wachten.
Wachtlijsten zijn lang
Helaas zijn de wachttijden binnen de specialistische jeugdzorg vaak lang. Soms duurt het maanden voordat een onderzoek of behandeling kan starten.
Voor een kind dat dagelijks vastloopt, voelt dat ontzettend lang.
Juist in die periode kan overbruggingshulp waardevol zijn.
Niet om een diagnose te vervangen, maar om ervoor te zorgen dat een kind in de tussentijd niet stil hoeft te staan.
Wat is overbruggingshulp?
Tijdens overbruggingshulp kijken we niet naar een diagnose, maar naar de hulpvraag van dit moment.
Waar loopt jouw dochter vandaag tegenaan?
Wat heeft zij nu nodig om zich beter te voelen?
Dat kan bijvoorbeeld gaan over:
- omgaan met overprikkeling;
- een vol hoofd;
- spanning of piekeren;
- emoties herkennen en reguleren;
- zelfvertrouwen vergroten;
- sociale situaties beter begrijpen;
- meer rust en structuur creëren.
Het doel is niet om alle problemen op te lossen, maar om praktische handvatten te geven waardoor een kind zich beter leert begrijpen en beter voor zichzelf leert zorgen.
Een voorbeeld uit mijn praktijk
Onlangs begeleidde ik een meisje waarbij tijdens het coachtraject steeds duidelijker werd dat er mogelijk sprake was van kenmerken passend binnen het autismespectrum.
In overleg met haar ouders adviseerde ik om dit verder te laten onderzoeken. Zij vroegen een verwijzing aan bij de huisarts, maar de wachttijd voor diagnostiek bleek ruim zes maanden te zijn.
Omdat ze juist in die periode veel steun kon gebruiken, besloten we haar twee keer per maand te blijven begeleiden.
Tijdens de sessies hebben we vooral gekeken naar haar dagelijkse uitdagingen.
Welke situaties kosten haar veel energie?
Waar raakt ze overprikkeld?
Hoe merkt ze zelf dat haar “emmertje” volloopt?
En misschien nog wel belangrijker:
Wat helpt haar om weer tot rust te komen?
Samen maakten we een persoonlijk signaleringsplan.
Daarin brachten we onder andere in kaart:
- welke signalen aangeven dat spanning oploopt;
- welke situaties extra belastend zijn;
- hoe ouders en school kunnen herkennen dat het te veel wordt;
- welke activiteiten juist helpen om weer op te laden.
Dat gaf haar veel meer grip op haar eigen prikkelverwerking.
Kleine stappen maken een groot verschil
Kinderen hoeven niet altijd te wachten tot er een diagnose is voordat ze geholpen kunnen worden. Juist wanneer een kind leert luisteren naar zijn lichaam, gevoelens en grenzen, ontstaat vaak al meer rust.
Ook ouders ervaren meestal meer houvast, omdat zij beter begrijpen wat hun kind nodig heeft.
Dat maakt de periode op de wachtlijst vaak beter vol te houden.
Wanneer is overbruggingshulp passend?
Overbruggingshulp kan helpend zijn wanneer jouw dochter:
- op een wachtlijst staat voor diagnostiek of behandeling;
- snel overprikkeld raakt;
- regelmatig vastloopt op school of thuis;
- veel spanning, onzekerheid of piekergedachten ervaart;
- behoefte heeft aan praktische handvatten totdat gespecialiseerde hulp start.
Tot slot
Soms is coaching precies voldoende. Soms is gespecialiseerde hulp nodig. En soms zit daar een periode tussen waarin een kind vooral behoefte heeft aan rust, begrip en praktische ondersteuning.
Juist in die periode loop ik graag een stukje met een gezin mee.
Neem gerust contact op om samen de mogelijkheden te bespreken.
Als nu alvast meer wil weten over mijn trajecten? Neem dan een kijkje bij de Bikkeltraining, coaching 7-12 jaar en coaching 12-18 jaar.
(De beschreven situatie is geanonimiseerd. Feiten en fictie zijn gecombineerd om de privacy van het gezin volledig te waarborgen.)
