Een steuntje in de rug: waarom ouders zo belangrijk zijn bij kindercoaching

Vanmiddag fietste ik achter een meisje en haar moeder.

Ze fietsten samen door de wijk. Het meisje voorop, haar moeder er vlak achter.

Toen kwam er een brug.

Het meisje trapte stevig door, maar de helling werd zwaarder. Even legde haar moeder haar hand op de rug van haar dochter. Geen duw. Geen overname. Gewoon een klein steuntje.

Het meisje fietste zelf verder.

Even later kwamen ze bij een kruispunt. Er kwam verkeer aan en het meisje leek niet helemaal op tijd te remmen. Haar moeder pakte kort haar arm vast.

Even helpen om af te remmen.

Daarna fietste haar dochter weer zelf.

We draaiden een andere straat in. Daar stond een stevige tegenwind.

En opnieuw kwam die hand van moeder even op de rug.

Ik moest glimlachen.

Want terwijl ik achter hen fietste, dacht ik: dit is precies hoe ik naar de rol van ouders kijk binnen kindercoaching.

Je kind moet zelf leren fietsen

Als ouder wil je natuurlijk niets liever dan dat je kind lekker vooruit kan.

Dat ze vertrouwen heeft in zichzelf. Dat ze weet wat ze kan. Dat ze om kan gaan met tegenslagen. Dat ze haar grenzen leert kennen en aangeven. Dat ze leert omgaan met emoties, lastige situaties en de wereld om haar heen.

Maar je kunt dat niet voor haar doen.

Net zoals je een kind niet kunt leren fietsen door voortdurend zelf op de fiets te gaan zitten.

Je kunt het stuur niet voor altijd vasthouden.

Je kunt niet iedere brug voor haar vlak maken.

En je kunt de tegenwind niet wegblazen.

Je kind moet zelf leren fietsen.

Maar dat betekent niet dat je als ouder op een afstand moet blijven staan.

Integendeel.

Soms heeft je kind gewoon even een handje nodig

Leren fietsen gaat met vallen en opstaan.

Soms lukt een helling prima. Soms is hij ineens veel te zwaar.

Soms ziet je kind een kruispunt op tijd. Soms is een klein seintje nodig.

En soms fietst ze heerlijk met de wind mee, terwijl ze op een ander moment nauwelijks vooruitkomt door de tegenwind.

Kinderen ontwikkelen zich ook zo.

De ene dag lukt iets vanzelf. De volgende dag kan precies hetzelfde ineens ontzettend moeilijk zijn.

Een gevoelig meisje kan bijvoorbeeld heel goed weten hoe ze voor zichzelf moet opkomen, maar op een spannend moment toch dichtklappen.

Een meisje dat normaal gesproken prima kan relativeren, kan na een drukke dag ineens volledig overstuur raken.

Een kind dat steeds zelfstandiger wordt, kan opeens weer behoefte hebben aan extra nabijheid.

Dat betekent niet dat ze niets geleerd heeft.

Het betekent dat ze op dat moment misschien even een steuntje in de rug nodig heeft.

Kindercoaching is geen vervanging van ouders

Wanneer een kind bij mij komt voor coaching, leer ik haar vaardigheden die haar kunnen helpen om steviger in haar schoenen te staan.

We onderzoeken bijvoorbeeld:

  • Wat gebeurt er in je hoofd als je onzeker wordt?
  • Wat voel je in je lichaam wanneer iets spannend wordt?
  • Hoe kun je omgaan met overprikkeling?
  • Hoe geef je je grenzen aan?
  • Hoe kun je anders leren kijken naar een fout?
  • Wat helpt wanneer je blijft piekeren?
  • Hoe kun je omgaan met emoties?
  • Waar liggen jouw kwaliteiten?
  • En vooral: hoe leer je jezelf steeds beter begrijpen?

Maar ik ben niet degene die iedere dag naast haar op de fiets zit.

Dat zijn haar ouders.

Daarom vind ik ouderbetrokkenheid bij kindercoaching zo belangrijk.

Ouders zijn geen toeschouwers

Ik zie soms dat ouders hun kind naar coaching brengen met de gedachte: jij gaat toch met haar aan de slag?

En natuurlijk: daar ben ik voor.

Maar coaching werkt voor mij niet als een kind één keer per week een uur bij mij komt en daarna thuis alles precies hetzelfde blijft.

Een kind ontwikkelt zich niet alleen tijdens een coachgesprek.

De echte oefenmomenten zitten juist in het dagelijks leven.

Aan de ontbijttafel.

Wanneer haar broer of zus iets zegt wat haar raakt.

Op school.

Tijdens een ruzie met een vriendin.

Wanneer ze haar huiswerk niet overziet.

Als ze na een drukke dag thuiskomt met een vol hoofd.

Of wanneer ze voor een moeilijke keuze staat.

Dáár moet ze uiteindelijk zelf leren fietsen.

En juist daar kunnen ouders ontzettend veel betekenen.

Niet duwen, maar naast je kind blijven

Ouderbetrokkenheid betekent wat mij betreft niet dat je boven op je kind moet zitten. Het betekent ook niet dat je ieder probleem moet oplossen.

Sterker nog: soms is het juist goed om een kind iets zelf te laten proberen.

Maar je kunt wel naast haar blijven.

Je kunt vragen:

“Wat heb je nu van mij nodig?”

Of:

“Wil je dat ik even met je meedenk of wil je het eerst zelf proberen?”

Je kunt haar eraan herinneren wat ze al kan.

Je kunt helpen woorden te geven aan wat er gebeurt.

Je kunt een grens bewaken wanneer haar emoties haar overspoelen.

Je kunt een hand op haar rug leggen wanneer de tegenwind even stevig is.

En soms kun je haar arm even vasthouden voordat ze het kruispunt op fietst.

Niet omdat ze het niet kan.
Maar omdat ze het nog aan het leren is.

Wanneer laat je los?

Dat vind ik misschien wel één van de moeilijkste dingen van ouderschap.

Je wilt je kind beschermen. Je wilt voorkomen dat ze pijn heeft, fouten maakt of teleurgesteld raakt. Maar juist door alles voor haar op te lossen, leert ze niet altijd dat ze het zelf kan.

Het doel is daarom niet om ieder obstakel weg te nemen. Het doel is om je kind steeds meer vertrouwen te geven in haar eigen mogelijkheden.

Eerst fiets je misschien nog dicht achter haar.

Dan steeds een stukje verder weg.

Je geeft aanwijzingen.

Je grijpt soms even in.

En op een dag merk je ineens:

ze fietst gewoon zelf.

Misschien nog steeds met een flinke tegenwind.

Maar ze weet wat ze moet doen.

Een kind hoeft het niet alleen te kunnen

Zelfstandigheid betekent voor mij dan ook niet: zoek het zelf maar uit.

Een zelfverzekerd kind is niet een kind dat nooit hulp nodig heeft.

Een veerkrachtig kind is niet een kind dat altijd sterk blijft.

En een gevoelig kind hoeft niet te leren om minder gevoelig te zijn.

Het gaat erom dat een kind leert:

Ik kan dit zelf proberen.
En als het even niet lukt, mag ik om hulp vragen.

Dat is iets anders dan afhankelijk zijn.

Dat is weten dat je er niet alleen voor staat.

Daarom betrek ik ouders bij mijn coaching

Wanneer ik met een meisje werk, kijk ik niet alleen naar haar.

Ik kijk ook naar de omgeving waarin zij opgroeit.

Wat ziet zij thuis? Wat werkt al? Waar lopen ouders tegenaan? Welke situaties zijn lastig? En hoe kunnen we ervoor zorgen dat wat een meisje tijdens de coaching leert, ook thuis steeds meer een plek krijgt?

Ouders krijgen daarom praktische handvatten en worden actief betrokken bij het traject.

Niet omdat zij het verkeerd doen.

Niet omdat zij nog meer moeten doen.

Maar omdat zij een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van hun kind.

Een coach kan een kind nieuwe vaardigheden leren.
Een ouder helpt haar die vaardigheden te gebruiken in het echte leven.

Samen kunnen we ervoor zorgen dat een meisje steeds meer vertrouwen krijgt in haar eigen fiets.

En dat ze uiteindelijk steeds vaker zelf de brug op fietst.

Zelf leert remmen voor het kruispunt.

En ook met tegenwind denkt:

Kom maar. Ik weet wat ik kan.

En misschien is dat wel de mooiste vorm van ouderlijke steun:

niet voor je kind fietsen, maar ernaast blijven terwijl zij leert fietsen.

Wil je weten hoe ik ouderbetrokkenheid vormgeef binnen een coachtraject?

Bij De Meidencoach begeleid ik gevoelige meiden van 7 tot12 jaar en 12 tot 18 jaar die bijvoorbeeld vastlopen door onzekerheid, overprikkeling, piekeren, perfectionisme of moeite met emoties. En kleuters begeleid ik met een Bikkeltraining voor meer zelfvertrouwen.

Ouders blijven gedurende het traject betrokken en krijgen praktische handvatten om hun dochter ook thuis te ondersteunen.

Want een kind hoeft het niet alleen te leren.

Soms heeft ze gewoon even een handje in haar rug nodig.

Heb je vragen? Neem gerust vrijblijvend contact met mij op.